Internet Protocollen

FTP

File Transfer Protocol

Dit protocol laat toe bestanden te verzenden tussen twee systemen via TCP. Er bestaat een gelijkaardig maar minder populair protocol namelijk T-FTP (Trivial File Transfer Protocol), dat gebruik maakt van UDP.

HTTP

Hyper Text Transfer Protocol

HTTP maakt het mogelijk om op een relatief eenvoudige manier multimedia bestanden bruikbaar te maken voor het Internet (tekst, foto’s, geluid, video, …). De kern van HTTP is dat het bestanden beheert die hyperlinks bevatten naar andere bestanden, die bij het selecteren een nieuwe transfer zullen veroorzaken. Om dit mogelijk te maken draaien alle webservers een HTTP daemon: een programma dat enkel en alleen tot taak heeft te wachten tot er HTTP aanvragen binnenkomen en deze daarna te behandelen.

SMTP

Simple Mail Transfer Protocol

Dit protocol definieert het formaat waarin e-mail berichten moeten worden opgesteld zodat een mailcliënt op de ene computer e-mail kan verzenden naar een SMTP server op een ander computer. De meeste e-mailclients gebruiken SMTP om berichten te zenden, maar om berichten te ontvangen zijn er, naast SMTP ook nog 2 andere protocollen beschikbaar: POP of IMAP.

POP

Post Office Protocol

Dit is een protocol dat gebruikt wordt om e-mail berichten effectief te downloaden van de server naar de cliënt en ze daar lokaal te beheren (in tegenstelling tot het lezen, bewerken en verzenden vanop de server zelf) met de optie om de berichten al dan niet van de server te verwijderen, wat handig is indien men zijn e-mail vanaf meerdere plaatsen wil kunnen inkijken. POP 3 kan met of zonder SMTP worden gebruikt.

IMAP

Internet Message Access Protocol

Dit protocol lijkt sterk op POP3 maar ondersteunt nog wat extra zaken, zoals het doorzoeken van e-mail berichten op kernwoorden (IMAP4). De berichten die de woorden bevatten worden zo geselecteerd en gedownload, wat tijd kan besparen. Berichten kunnen ook in folders worden ingedeeld, mailboxen kunnen gedeeld worden met anderen en een gebruiker kan toegang krijgen tot meerdere mail servers. Verder is er een betere integratie met MIME (een manier om duidelijk te maken van welk type een bestand is: grafische file, audio, …) zodat de cliënt enkel de titels van de berichten kan downloaden zonder te moeten wachten tot ongewenste attachments gedownload zijn. IMAP gebruikt SMTP voor de communicatie tussen e-mailclient en server.

SNMP

Simple Network Management Protocol

Met dit protocol kan men aan netwerkbeheer doen en in de gaten houden hoe bepaalde netwerk apparaten het stellen. Dit protocol is niet noodzakelijk beperkt tot TCP/IP netwerken.

NNTP

Network News Transfer Protocol

NNTP is geschikt om met zogeheten “newsreaders” berichten op Usenet newsgroups (het elektronisch equivalent van een berichtenbord) te lezen, berichten te schrijven, en erop te reageren. NNTP servers, meestal door `ISPs beheert, bewaren de nieuwsberichten en voorzien software om ze te beheren. NNTP cliënt software is meestal in een browser geïntegreerd, maar is ook als aparte software te vinden. NNTP heeft het oorspronkelijke Usenet protocol UUCP (UNIX-to-UNIX Copy Protocol) vervangen.

Telnet

Telnet is het TCP/IP protocol dat toelaat om vanop afstand op een systeem in te loggen (remote logon) als een normale gebruiker met de rechten die de gebruiker heeft op dat systeem. Vroeger werd Telnet veel meer gebruikt dan nu. Telnet is ook niet echt een veilig protocol: om op afstand op een systeem in te loggen moet je uiteraard je login en paswoord doorgeven. Dit wordt niet gecodeerd (geëncrypteerd) en kan dus door hackers worden onderschept (man in the middle attack) zonder dat iemand het merkt. Zo kunnen die vrij eenvoudig toegang krijgen tot een systeem. Log daarom nooit als “root” in vanop afstand via Telnet op een Linux-systeem. Iemand die dat onderschept en zo inlogt kan met dat Linux systeem alles doen wat hij wil… Daarom heeft men een nieuwe methode voor remote logon in het leven geroepen: SSH (Secure `SHell) waarbij de gegevens wel worden geëncrypteerd.

 

Een reactie plaatsen